Bouw je eigen stadslab: nu met handig doe-het-zelf-pakket

’Bouw je eigen stadslab’: nu met handig doe-het-zelf-pakket

Steeds meer steden zetten stadslabs op. Ze beseffen dat je complexe vraagstukken, zoals het bouwen aan een duurzame en inclusieve toekomst niet van bovenaf kunt opleggen, maar best aanpakt samen met burgers, ondernemers, organisaties en andere stakeholders.

Samen ontwikkel je zo gedragen visies, smeed je politiek gelegitimeerde plannen en zet je experimenten op om uit te vissen wat nu best werkt. Dat heet governance. Een stadslab is een heel aanstekelijke vorm van governance die misschien ook wel in jouw stad of gemeente van pas komt en die je dankzij URB@Exp ook makkelijk in overweging kunt nemen. Het Europees project URB@Exp heeft immers een direct bruikbare LAB-kit ontwikkeld, waarmee je meteen aan de slag kunt.

Het lab dat labs onderzocht

URB@Exp is een transdisciplinair Europees onderzoeksproject dat drie jaar lang stadslabs onderzocht van opzet tot werking. Onder leiding van het ICIS-centrum van de Universiteit Maastricht brachten vier universiteiten, vijf steden en één onderneming een schat aan kennis en ervaring samen over deze nieuwe vorm van stedelijke governance en stadsontwikkeling. Stadslabs lijken immers veelbelovend om complexe stedelijke uitdagingen aan te pakken en publieke waarde te creëren. De onderzoekers werkten samen met alle stakeholders die betrokken waren bij die stadslab-experimenten. Ze onderzochten de verschillende labs en gingen samen met hen op zoek naar nieuwe tools om die veelbelovende stadslabs effectiever te maken. Zo werd het project een lab op zich; een lab van labs voor labs die zichzelf willen herbronnen of nog moeten starten.

We experimenteren om te leren

Uit het onderzoek, vertelt Christian Scholl, research fellow bij het Maastrichtse ICIS, blijkt dat stadslabs als nieuwe vorm van governance uiteraard nog niet meteen perfect zijn. “Er is wel wat guidance nodig”, zegt hij, “al is het maar om fundamenteel na te gaan wat je wil bereiken.” Zoveel stadslabs, zoveel verschillende aanpakken, verwachtingen en visies. Welke functie heeft jouw stadslab? Hoe is het gepositioneerd binnen of tegenover het stadsbestuur? Wat wil je bereiken en hoe pak je het aan? “Daaruit valt veel te leren, want alles maakt uit”, stelt Christian vast. “Elk stadslab loopt zo tegen zijn eigen problemen aan.”

Vooral het leren zelf blijkt een heikel punt. “Elk stadslab zet leren centraal, zoals het ook hoort, maar er blijkt uiteindelijk minder aandacht naar te gaan dan je zou verwachten. Dat was een zeer interessante vaststelling. En dus moeten we op zoek naar structurele vormen om te leren van die experimenten.”

Stadslab2050 op de rooster

Antwerpen was met Stadslab2050 en het Antwerpse toekomstbureau Pantopicon goed vertegenwoordigd in het project en werd ook tegen het licht gehouden.

“Stadslab2050 heeft zich een haast monumentale taak gesteld”, vindt Christian. “De duurzaamheid van een stad als Antwerpen aanpakken!” Bewonderend stelt hij dat ons lab een mooi voorbeeld is van een lerend stadslab, dat gegroeid is in haar taak en nog groeit. Hij merkt op dat het wel degelijk waarde toevoegt aan de zoektocht naar duurzaamheid, alleen al door het selecteren van frontrunners, door het faciliteren van projecten en het stimuleren van het doorgroeien van die projecten buiten het lab.

Toch kent ook Stadslab2050 zijn hindernissen. Zo werd Stadslab2050 in het begin, maar ook nu nog vaak, gezien als een stadsproject, geïnitieerd en gedragen door de stad. De onderzoekers ontdekten dat het nuttiger is om een meer hybride positie te hebben, waarbij de diverse actoren ook actief betrokken zijn in de structuur en niet alleen in de projecten.

Een tweede hindernis kent ons lab in het delen van bevindingen. “Dat is een bekend en moeilijk op te lossen struikelblok bij stadslabs,” legt Christian uit. “Enerzijds maak je zelf niches voor het opzetten van de experimenten, maar wanneer je dan lessen hebt geleerd, blijf je daar vastzitten. Hoe breek je uit die niche? Hoe koppel je met andere netwerken?”
Uit vaststellingen als deze werden richtlijnen gedestilleerd voor huidige en nieuwe stadslabs.

Van richtlijnen tot werkbladen

Al die bevindingen resulteerden in een boekje met acht guidelines die je begeleiden bij het uitwerken van een lab. Welke onderwerpen zijn best geschikt voor een stadslab? Hoe organiseer je het? Met welke structuren, processen? Hoe organiseer je participatie? Hoe integreert je het lab het best binnen bestaande overheidsstructuren? Stuk voor stuk vragen die zorgvuldig worden beantwoord zonder een gouden waarheid naar voor te schuiven.

Het mocht echter niet bij literatuur blijven. “Als ambtenaar heb je geen tijd om hele boeken te bestuderen,” zegt Nicole Rijkens-Klomp, mede-oprichtster van Pantopicon, consulente voor Stadslab2050 en research fellow bij ICIS. “Dan wil je meteen aan de slag. Daarom hebben we een LAB-kit ontworpen, een inspirerend hands-onpakket voor steden, gemeenten en andere stakeholders om je stadslab uit te tekenen en in te vullen aan de hand van kaartensets en grote werkbladen.”

Van woorden naar daden

Die LAB-kit bevat, naast een papieren versie van de guidelines, kaartensets en werkbladen die je helpen om de juiste vragen te stellen voor je je in het avontuur stort. Waaraan moet je allemaal denken als je met een lab begint? En is een stadslab echt wel wat je nodig hebt? “Je moet selectief zijn”, zegt Nicole. “Je kunt niet alles met een stadslab. Bezint eer je begint.”

Met de kit, die grondig getest werden door de onderzoekers en doeners van tientallen Europese steden, kun je met 5 tot 8 geïnteresseerden in een stevige, interactieve workshop de belangrijkste lijnen van je stadslab uitzetten. Vier pakketten nemen je hierbij bij de hand.

  1. Een eerste pakket behandelt de algemene layout van het lab en daagt je uit om de strategische lijnen scherp te stellen. Je krijgt hier vragen, maar ook een set met mogelijke antwoorden die je uiteraard kunt aanvullen of bijsturen. Hier bouw je je fundamenten, die je uittekent op je eerste werkblad.
  2. Die bouwstenen krijgen vervolgens een meer praktische invulling met een tweede pakket waarmee je nagaat wie wat doet met welke middelen. Met de actoren-, activiteiten- en middelenkaarten vul je zo je tweede werkblad.
  3. Het derde pakket helpt je vervolgens om de concrete acties te plannen voor het bouwen van je community, het opstarten van experimenten, het communiceren, het bijhouden van de verworven kennis, het structureren en het leren zelf. Op het planningswerkblad vul je zo de acties in voor de volgende maanden of jaren.
  4. En een vierde set tenslotte gooit je nog enkele Wat als-vragen voor de voeten. ‘Wat als je coördinator opeens vertrekt?’ ‘Wat als je extra budgetten krijgt?’ Zo kom je meer dan voorbereid aan de start.

Vraag meteen je eigen LAB-kit

Speel je als stad of stedelijke organisatie met de gedachte om ook een lab als Stadslab2050 op te zetten? Dan is deze LAB-kit zeker voor jou. Maar ook als je al een stadslab hebt opgezet kan het zinvol zijn om, met de kit, je eigen lab even onder de loep te nemen. Het kan je immers inspireren om je doel te evalueren en plannen eventueel bij te sturen.

Je kunt de guidelines hier downloaden, of een complete LAB-kit, met de kaartensets, de werkbladen en een boekje met de richtlijnen, aanvragen op  contact@urbanexp.eu. De LAB-kit kost circa 100 €, excl. BTW en verzendingskosten. Wij zijn ook in het bezit van onze eigen labkit. Wil je die raadplegen? Neem dan contact op met info@stadslab2050.be 

De LAB-kit is momenteel enkel in het Engels beschikbaar.

Meer info: http://www.urbanexp.eu

Populair in dit thema: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!