Uitbreidingstraat 392c, om de hoek van het treinstation Berchem, aan de Antwerpse Singel. Niets laat vermoeden dat achter de onopvallende kantoorgevel een organisatie huist die al meer dan veertig jaar ‘eco-actief’ is. VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, is inmiddels goed voor 14.500 leden, 120 lokale afdelingen, 1.000 vrijwilligers, 10 000 volgers op sociale media en 100 professionele lesgevers die jaarlijks 2.000 vormingen geven.

Het accent dat VELT legt op ecologisch leven in de (moes)tuin en in de keuken, maakt het tot een natuurlijke partner van Aan tAfel, het thematisch voedingsspoor dat Stadslab2050 dit voorjaar opstartte.

We spreken met directeur Jan Vannoppen.

Jan, VELT is één van de vijf partners van het Stadslab2050-voedingsspoor. Waarom willen jullie hierbij betrokken zijn?

“Wel, om te beginnen is het gewoon charmant als een stad je vraagt om mee rond tafel te zitten. Zo’n uitnodiging sla je niet af. Als sociaal-culturele vereniging is het trouwens onze opdracht om te luisteren, mee te denken en ideeën in te brengen om dingen te veranderen in de maatschappij. We focussen ons daarbij op ecologisch leven in de tuin en in de keuken. Dat sluit mooi aan bij de heel praktische insteek van Aan tAfel en maakt het dus extra interessant voor VELT.

We hebben dan ‘echt’ ja gezegd voor twee redenen.

De eerste is stadslandbouw, een thema dat in dit spoor aan bod komt. Het houdt VELT de jongste tijd sterk bezig. We proberen er expertise in te ontwikkelen omdat we ‘urban farming’ en in het algemeen voeding als een ‘inrijpoort’ beschouwen om de uitdagingen in steden en verstedelijkte gebieden op een geïntegreerde manier aan te pakken. We verwachten dat Aan tAfel onze expertise zal verrijken aan de ene kant, maar dat we uiteraard ook zelf ideeën zullen kunnen inbrengen die we elders hebben opgepikt.”

Heb je voorbeelden van die ‘inrijpoortrol’ die voeding kan spelen?

“New York is zonder twijfel een mooie illustratie. Het voert momenteel een stadslandbouwprogramma uit, gebaseerd op een beleidstekst met de titel ‘Food works!’. Het beleid slaat daarmee verschillende vliegen in één klap.

  • Voeding en gezondheid krijgen veel meer aandacht wat vooral voor kinderen goed nieuws is. Er is een groot obesitasprobleem. Veel kinderen eten nauwelijks nog verse groenten of vers fruit omdat er in tal van wijken geen winkels meer zijn die ze aanbieden. ‘Food works!’ doet daar iets aan.
  • Jonge werklozen leren groenten en fruit telen en verwerken tot verkoopbare producten. Ze leren zo niet enkel tuinieren maar ook verkopen. Op die manier kunnen ze hun brood verdienen.
  • ‘Food works’ riep ook een systeem in het leven waarbij de boeren in de buurt van de stad, produceren voor de opkomende boerenmarkten en alternatieve voedselsystemen in New York.

Wij merken in Vlaanderen gelijkaardige activiteiten maar de schaal waarop kan nog veel groter. Daar spelen stadsbesturen een belangrijke rol in. Alleen heb je in New York, voor een vergelijkbaar aantal inwoners, maar één burgemeester met visie nodig, in Vlaanderen…”

Naast stadslandbouw had je nog een tweede reden om mee Aan tAfel te gaan, zei je?

“Die tweede reden is de vaststelling dat creativiteit en nieuwe ideeën in de stad zitten. VELT heeft een trouwe, oudere achterban op het platteland waar je de grote (moes)tuinen vindt. Onze jonge leden vinden we echter steeds meer terug in of rond de steden. Zij hebben tijd noch geld voor grote tuinen. Stadslandbouw interesseert hen zeer sterk. Aan VELT om hen informatie en ideeën aan te reiken. En daar kan Aan tAfel opnieuw een bron zijn.”

Wat brengt VELT nog mee Aan tAfel behalve ideeën?

“Ik zie VELT nog wel een rol spelen op drie vlakken:

  • Aan wat op tafel komt kunnen we een ecologische invalshoek toevoegen en ook een dosis realisme. In dit soort projecten willen ideeën wel eens zweverig worden. We hebben bio-ingenieurs, landschapsarchitecten en enkele diëtistes in onze rangen. Een stevige technisch-wetenschappelijke basis dus die helpt om de voeten op de grond te houden.
  • Ten tweede kom ik terug op onze opdracht als sociaal-culturele organisatie. Het gaat hem om de mensen. Dit soort projecten moet dus wat ons betreft ook sensibiliseren, vormen, een gemeenschap creëren,… VELT heeft contacten met een 80-tal ‘Samentuinen’. We merken dat mensen met een zeer uiteenlopende achtergrond, opleiding, cultuur,… het prima met elkaar kunnen vinden. Het is de tuin die hen samenbrengt. Die ervaring willen we zeker delen.
  • Tot slot is er de mediatorrol. Je merkt dat in groepen ‘waar het werkt’ er altijd wel twee of drie mensen zorgen dat de boel aan de gang blijft, een haar uit de boter halen,… Daar bestaan theorieën over, bijvoorbeeld de ‘Actor-Netwerktheorie’ die leert hoe je de dialoog zoekt. Ook die ervaring brengen we met plezier mee Aan tAfel mocht dat handig zijn.”

VELT houdt allicht ook de vinger aan de pols van de consument. Merken jullie een verandering in de houding tegenover voedsel?

“Ik vind dat een moeilijke vraag. Dé consument bestaat immers niet. Tegenover de groeiende belangstelling voor gezonde voeding die wij voelen, staan telkens opnieuw de resultaten van kwantitatief onderzoek en enquêtes die ons vertellen dat dé consument maar in één zaak geïnteresseerd is: goede kwaliteit aan een lage prijs.

Mijn gesprekspartners in de agro-business zoals Fevia, Comeos en de Boerenbond houden me ook altijd voor dat er geen markt is voor wat zij dan ‘het alternatieve aanbod’ noemen. Volgens hen staat tegenover de mooie woorden van dé consument de harde realiteit dat er in het winkelwagentje maar weinig bio, fair trade of lokaal geproduceerde voeding ligt. “De consument hoort niet thuis in de voedselketen”, zeggen ze me. En dan word ik boos.

Nu, we laten ons door dat ‘end-of-pipe’ denken (nvdr: een (voedsel)keten die start bij de productie en stopt in het winkelrek) uiteraard niet ontmoedigen. We merken dat een groeiend aantal mensen zich niet (meer) laat meeslepen door de massareclame die enkel tot doel heeft de consument te verleiden met de laagste prijs en de grootste gemene deler qua smaak. Zoals onderzoek van voedselspecialisten ondertussen wel bewezen heeft, is die smaak in feite niet meer dan een verslavende combinatie van vet, suiker en zout die snel een voldaan gevoel geeft. Dat kun je ook lezen in een boek van David Kessler uit 2009 - ‘The End of Overeating’ waarin de auteur de verantwoordelijkheid voor obesitas bij de voedselproducenten legt. Hij vergelijkt voedsel met sigaretten waaraan ook verslavende stoffen worden toegevoegd.”

Denk je dat een relatief kleine groep van ‘andersdenkenden’ iets in gang kan zetten?

“Laat me verwijzen naar de theorie van de ‘Cultural Creatives’; de groep van volwassenen in onze maatschappij die zich onderscheidt door haar waarden (eco-bewustzijn, sociaal verantwoord gedrag, aandacht voor persoonlijke ontwikkeling,…), normen en levenswijze in plaats van door haar koopgedrag. Een aandeel van 10% ‘Cultural Creatives’ is volgens deze theorie voldoende om iets in beweging te zetten.

De Amerikaan Paul Ray doet sedert 1999 onderzoek naar ‘Cultural Creatives’. De resultaten van 2008 wijzen op twee belangrijke evoluties:

  • het aandeel van de ‘Cultural Creatives’ in de Amerikaanse bevolking groeit. Van 26% in 1999 tot 33% vandaag;
  • het belang dat ze binnen hun ‘waardenspectrum’ hechten aan alles wat ‘groen’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ is, nam de voorbije jaren sterk toe. Het is dus geen modeverschijnsel.

Het gedrag van de ‘Cultural Creatives’ blijkt een goede voorspeller te zijn van het koopgedrag in het algemeen. We mogen dus veranderingen ten goede verwachten in de VS. Ik merk ook dat Hilary Clinton in haar recente verkiezingsfilmpjes die groep aanspreekt.

Hoewel ik niet naïef wil zijn, geloof ik toch dat deze feiten aangeven dat we, langzaam maar zeker, de goede richting opgaan als het gaat om onze houding tegenover leefmilieu, gezond voedsel, afval,… “

Welk duwtje in de rug wil VELT geven in deze evolutie?

“Wij willen natuurlijk het andere verhaal brengen. Hoe je dat doet? Ik heb in gesprekken over duurzamer leven en meer kwaliteitsvolle voeding wel eens de vergelijking gehoord met een zeilboot. Van het deel dat onder water zit, moeten we af. Dat staat voor voeding die zelfs niet voldoet aan de minimum standaarden. Het stuk van de romp boven water staat voor degelijke basisproducten. Ze voldoen aan alle normen maar voor het overige niets speciaals. In het zeil zit de kwaliteit: goede merknamen, streekproducten, voedsel met een correct label. De top van het zeil is topkwaliteit, denk aan een biologische camembert die je tijdens je vakantie in Frankrijk ergens op een boerenmarktje kocht en die heerlijk smaakte. In België vind je die niet gemakkelijk, maar je zal misschien een goede vervanger zoeken. Bijvoorbeeld een biologische camembert uit de lokale biowinkel of op de markt.

Door goede communicatie en sterke maatschappelijke interactie ontstaat er een opwaartse beweging in het zeil. De kwaliteitsvolle producten hebben een soort aanzuigeffect, ze worden symbool voor het betere, gezondere leven waar consumenten naar streven.

VELT wil daar zeker het plezier van benadrukken en is ook sterk in het promoten van de ‘doe-het-zelf aanpak’. Kweek zelf je groenten, maak zelf je yoghourt,… We gaan daar ver in met bijvoorbeeld ons voedingsboek. In de nieuwste editie laten we veel meer mensen zien, en ze genieten! Ze lieten zich verleiden tot wonderlijke ontmoetingen met voedsel. Een ander voorbeeld is het Onkruidboek dat we net samen met het Davidsfonds publiceerden. Het speelt in op ieders wens om een goede huismoeder of –vader te zijn die slim omgaat met geld en andere dingen. Onkruid wordt hier een winst- in plaats van een verliespost. Dat het werkt, bewijzen onze 8.000 Facebookvrienden die alle dagen ideeën uitwisselen.”

Wat verwacht je van Aan tAfel? Met welke resultaten zou je tevreden zijn? En kun je die realiseren met de huidige partners of zou uitbreiding welkom zijn?

“De groep die een project trekt, is best niet té groot. Deze partners kunnen samen heel wat bereiken, lijkt me. En de resultaten? We zouden toch spreekwoordelijke potten moeten breken, niet? Aan tAfel zal wat mij betreft geslaagd zijn als er ‘iets’ uit voortspruit, een aanpak, een project, een actie,… die de Antwerpenaar charmeert en hem vooral stimuleert om andere dingen uit te proberen of zich te engageren. Iets zoals ‘Airbezen’ bijvoorbeeld, in een ander spoor van Stadslab 2050.

Dat Stadslab2050 geen eendagsvlieg is, maar op veel vlakken het begin kan zijn van verdere ontwikkelingen, stemt natuurlijk tot tevredenheid en is op zich ook een mooi resultaat.”

Hoe vond je de Stadslab2050-aanpak tot nu toe?

“Qua procesbenadering en methodiek zit die zeker goed. Daarnaast ben ik aangenaam verrast door de inhoud en de houding van de mensen die er vanwege de stad Antwerpen bij betrokken zijn.”

“Voor het overige hoop ik dat Stadslab2050 uitgroeit tot meer dan één van de vele projectlijnen. Dat het geen schaamplapje wordt maar dat, integendeel, het Antwerpse stadsbeleid er voldoende aandacht en gewicht aan zal geven. Anders verwoord: het heeft geen zin enkele leuke projecten te realiseren terwijl het beleid een andere richting uit blijft gaan.”

Beleidsmatig verwacht VELT dus wel wat van Stadslab2050?

“Historisch gezien mag VELT tevreden zijn met de manier waarop het gewogen heeft op het beleid. Dit heeft er toe geleid dat het pesticidegebruik op openbaar domein teruggedrongen werd.

Aan tAfel heeft hetzelfde potentieel. Het spoor kan, als het ernstig wordt genomen, het stadsbestuur nog meer aan het denken zetten over een geïntegreerd voedselbeleid dat het vervolgens met positieve voorbeelden stimuleert, maar ook met de nodige autoriteit afdwingt.

De landbouwers kunnen het beleid alsmaar minder smaken. Hun ‘stop de waanzin’-actie' tijdens de voorjaarsklassiekers, spreekt boekdelen. Nochtans erodeert Vlaanderen in sneltempo, is overbemesting nog altijd een aandachtspunt en moet biolandbouw minstens evenveel steun blijven krijgen in plaats van erop achteruit te gaan. Visie, beleid en constructief overleg zijn broodnodig. Aan tAfel kan voor input zorgen.”

Leren is een belangrijk thema in de Stadslab2050-aanpak. Wat hoopt VELT op te steken van zijn partnerschap?

“Wel, ik hoop dat we onze expertise op het vlak van stadslandbouw kunnen verrijken zoals ik in het begin al aangaf. Daarnaast interesseren de procesbenadering en de participatieve methodieken me zeer sterk. Ik merk dat we die bij VELT nog te weinig in de vingers hebben. Hier leren we het al doende!”